• Rob de Graaf / Schraapzucht

Het toneel is nog leeg en in spaarzaam licht gehuld. Een paar schijnbaar onbeduidende rekwisieten nemen bescheiden hun plek in: een bierflesje, een mondharmonica en een metronoom in ruststand. En dan opeens blijkt de voorstelling toch begonnen te zijn. De actrices komen op. Maar er ís iets, met die opkomst… Komt het doordat ze zo heel gewoontjes door de zijdeur naar binnen komen? Heeft het iets te maken met de kennelijke aarzeling die bezit van hen neemt zodra ze in het toneellicht staan? Is er sprake van een eigenaardig contrast tussen de wankelmoedigheid die we waarnemen en de fraaie galajurken, de perfecte kapsels en de uitgebalanceerde maquillage van deze twee jonge diva’s?
Dit soort vragen en aarzelingen zullen ons als kijker blijven achtervolgen, gedurende het kleine uur dat ‘Schraapzucht’ in beslag neemt. Steeds opnieuw zullen we iets verwachten, zullen we op iets rekenen – maar het zal niet komen – of het komt wel, maar het krijgt niet de functie van een bouwsteen in een herkenbare constructie.
Lotte Dunselman en Anna Schoen zijn zeer bedreven in de bijna-handeling, in de actie die doodloopt in een impasse, in het gebaar dat op een vervolg blijft wachten. Wat zij maken is als een fraaie tekening die half uitgegumd is, als een goed gesprek waarvan alleen nog maar de echo is te horen.
Juist doordat we iets essentieels niet mee zullen krijgen zijn we aangewezen op wat er wél is, daar op dat toneel – en dat blijkt toch heel veel te zijn. We zien een zwijgende verstandhouding, we zien pogingen tot gezamenlijk handelen. We zien existentiële eenzaamheid, we zien verdriet en troost, escapisme en aanvaarding, we zien zwakte en levenskracht.
‘Schraapzucht’ is minimalistisch theater, dat zijn kracht ontleent aan de zorgvuldigheid en het bewustzijn waarmee alle handelingen worden verricht. ‘Schraapzucht’ biedt geen afgerond verhaal, geen in fraaie woorden en treffende beelden vervatte fictie – maar het laat wél twee zelfbewuste, eerlijke vrouwen zien die met hun spel een wereld aan mogelijkheden en een rijkdom aan denkbare verhalen openen. Een intense verstilling, een actieve rust die zeker past bij het middaguur waarop het stuk  gespeeld wordt.

  • Maartje den Breejen / ’Schraapzucht’ is de leegte voorbij – Het Parool

Kunst, dinsdag 11 maart 2008

We zitten bij de mimevoorstelling Schraapzucht. Twee vrouwen kijken minuten uitdrukkingsloos de zaal in. Waar hebben we dit eerder gezien?
Bij Einde oefening van Watergat in de regie van Roy Peters. Daar staan drie mannen op een glimmend blauwe vloer, die met uitgestreken gezichten naar elkaar kijken. Soms naar de één, dan weer naar de ander. En ook bij Vloed in de regie van Roy Peters. Drie zeemeerminnen op het toneel hullen zich in stilwijgen. Ze staren in de verte, als mediterende boeddha’s. En we zagen het in de voorstelling Laten we flink zijn door en van Sanne van Rijn en Roy Peters. De man en de vrouw gaan tergend langzaam zitten achter een tafeltje
en kijken bedremmeld de zaal in.
Niet toevallig tekende Roy Peters (samen met Ton Heijligers) bij Schraapzucht voor de eindregie. Je hebt de absurdistische fysieke mime in de mannelijke variant van Bambie en in de vrouwelijke variant van Boogaerdt/Van der Schoot. Je hebt de tekstmime van groepen als Nieuw West en Carver. Je hebt de poëtische mime van Boukje Schweigman. En je hebt de minimalistische mime waar Roy Peters en Sanne van Rijn patent op hebben.
Beide theatermakers hebben in dit genre prachtige voorstellingen gemaakt, die eerder doen denken aan levende kunstwerken dan aan theater. Maar de truc van uitdrukkingsloos de zaal in kijken, teneinde de mens in al zijn emotionele naaktheid te tonen, werkt toch echt niet meer. Zelden was tijdens een voorstelling zoveel tijd om na te denken over een boodschappenlijst. Nu lijkt het misschien zo dat Roy Peters als enige verantwoordelijk is voor de voorstelling. Maar Lotte Dunselman en Anna Schoen hebben Schraapzucht verzonnen.
Wat doen ze nog meer dan kijken naar elkaar en het publiek? Niet veel. De vrouwen lopen rond in avondjurk. De een huilt, de ander rookt bijna mechanisch een joint, of drinkt een fles bier leeg alsof het een yoga-oefening betreft.
Ze hadden bijna net zo goed helemaal niet kunnen opkomen om iets te melden over de leegte van het bestaan.

  • Janneke Robers / Leegte te overtuigend in Schraapzucht – Theatercentraal

26 maart, Bellevue, Amsterdam

Beeldtheater op zijn soberst. Twee actrices, een flesje bier, een mondharmonica en een metronoom zijn de enige elementen op het podium. Theatermakers Lotte Dunselman en Anna Schoen beelden in ‘Schraapzucht’ geen verhaal uit. De voorstelling bestaat bij de gratie van enkele simpele handelingen.
Een beetje beduusd loopt een vrouw in een avondjurk het toneel op. Minutenlang kijkt ze naar de deur van waaruit ze kwam. Het is niet duidelijk waarop ze wacht. Naarmate de tijd verstrijkt, verandert haast onmerkbaar de expressie in haar gezicht. Beduusd wordt meer afwachtend, of juist observerend en daarna weer verward en een tikkeltje rusteloos. Het blijft onpeilbaar en is nooit eenduidig.
‘Schraapzucht’ heeft veel, heel veel momenten waarop schijnbaar niets gebeurd. Het zijn de details die op moeten vallen in deze leegte. Echter, het eerste kwartier trekt het publiek en hun reactie op dit “niets-doen” meer aandacht dan wat er op het podium gebeurt – twee actrices die elkaar aankijken. Mensen wiebelen in hun stoel, er wordt gekucht, een neus gesnoten en iemand zet nog snel even een mobiel uit. Het is ongemakkelijk naar een stil beeld te kijken.
Men dwaalt af. Gelukkig keert, met het verstrijken van de tijd, de rust terug in afwachting wat wellicht, of wellicht niet, komen zal. Mindfullness, kort door de bocht betekent dit de volle aandacht hebben voor wat je nu doet, is de beste omschrijving van wat de twee actrices op het toneel doen. De een blaast een deuntje op een mondharmonica, de ander windt vervolgens tergend langzaam een metronoom op. Stilte neemt de plaats in van grote gebaren en verhaal. Hierin valt ieder geluid op. Het tikken van de lichtspots boven het toneel, de klank van hakken op de houten vloer, het wegklokken van bier, zelfs de vrachtwagen die langs het theater rijdt, klinkt luid. Ook gedachten zijn duidelijker aanwezig in stilte. In eerste instantie gaan die nog over de voorstelling. Hoe reageert Dunselman op Schoen? En andersom? Is er niet toch een eenduidige expressie af te lezen van de gezichten? En daarmee een verhaal in hun relatie tot elkaar? Maar al snel dwalen de gedachten, net als in het begin, weer af.
In een wereld die overheerst wordt door een continue stroom van prikkels, is de keuze voor minimalistische theater niet nieuw. Toch blijft het gewaagd. Hoever kan je als maker de prikkels terugdringen zonder dat de aandacht verslapt? ‘Schraapzucht’ heeft duidelijk moeite de juiste balans hierin te vinden. Het is niet zozeer de leegte, als wel de emotieloosheid van de handelingen die de voorstelling parten doet. Door het weglaten van alle context zijn ze doods geworden en nodigen niet uit de fantasie de vrije loop te laten. Zonde, want niets is heerlijker dan even uit het dagelijks haasten te stappen en naar een halfuurtje verstilling te kijken.

Terug