- Lukas Van Win / OMVALLEN : MET VERSTOMMING GESLAGEN – Cutting Edge
18-02-2005
Men had ons laten weten dat de toeschouwer bij een theaterstuk van Sanne van Rijn soms harder moet werken dan de acteurs en dat liet de workaholic in ons zich geen twee keer zeggen. We trokken naar “Omvallen” voor een stevig rondje interpreteren, contempleren en zonodig vlijmscherp dissecteren, maar al gauw moesten we onze hoop laten varen op een voorspoedige afloop van al dat arbeiden: hoe we ook probeerden, aan wat de twee gemaskerde, in identieke zwartwitte jurkjes getooide vrouwen op de bühne uitspookten, konden wij geen touw vastknopen.
De interpretatie ligt in “Omvallen” in het decoderen van het visuele. Er wordt door de hoofdrolspeelsters namelijk geen woord gesproken. Je moet het hebben van hun tot in den treure herhaalde handelingen, het geschuifel door de kamer van hun huisje en het leven dat ze er met elkaar delen. Dat leven kent een aantal weerkerende patronen. Koffiekopjes brengen. Licht aan en uit. Plaatsnemen op een stoel. Deur dicht. Muziekje aan. Kijken uit het raam. Kopje terug weg. Plantje water geven. En ga zo maar door. Maximaal tien handelingen krijgen we te zien, die de hele tijd in andere combinaties getoond worden en zo nieuwe betekenis krijgen.
Je moet uiteraard voorbij het zichtbare kijken. Grijs bloemenpapier aan de muren, is dat het alledaagse, het vervlogen verleden in zijn bloei verstorven? Of is het gewoon slechte smaak of afprijzing bij de Gamma? Wat net gebeurde voortdurend ongedaan willen maken, dat is repetitiviteit, de mens die tegen beter weten in slechts de consequentie is van zijn voorgeprogrammeerde natuur. Een natuur die eenzaamheid tracht te bestrijden, die node een kompaan zoekt. De vrouwen kijken elkaar amper aan, lopen elkaar voorbij. In het leven is er nauwelijks tijd voor echt samenzijn. Er dienen te veel rituelen opgevoerd, die alle hun tijd in beslag nemen. Kostbare tijd die voor een groot deel verloren gaat, omdat mensen al te vaak niet of verkeerd inspelen op elkaars handelingen..
“Omvallen” laat weinig zien en rekent dus volop op actief kijken van de toeschouwer. Maar het creëren van een gemeenschappelijk mentaal spanningsveld tussen spelers en publiek verloopt niet altijd even vlot. Mensen schuifelen zenuwachtig in hun stoel. Ze lachen, maar met mate en enigszins omdat er niets anders opzit, wachtend op wat misschien niet zal komen. Ook wij blijven tot het einde van het stuk meegaan in het spel, maar een aha-erlebnis blijft achterwege. Voer voor doorwinterde puzzelaars.
- Rob Nederpelt / OMVALLEN : toneel dat je bijblijft – Eindhovens Dagblad
Wie naar werk van Sanne van Rijn gaat kijken, moet zijn haastgevoel thuislaten, want in de wereld van deze theatermaakster heersen traagheid en herhaling. Een plot is er niet, ontwikkeling is zo goed als afwezig. Wat van Rijn maakt, heeft veel van een performance en toch is het toneel, in pure vorm. Er zijn mensen die niets moeten hebben van haar ongewone voorstellingen, op misschien het ontroerende “Zwanenmeer” na. Toch is haar werk interessant, zeker nu ze in haar beeldtaal wat meer rekening lijkt te gaan houden met de toeschouwer. Van Rijn maakte een viertal voorstellingen voor de Eindhovense toneelgroep ZT/Hollandia, maar haar nieuwste wordt alvast geproduceerd door NTgent, het gezelschap waar Hollandia’s artistiek leider Johan Simons binnenkort naartoe verhuist. Ook Sanne van Rijn gaat mee naar Gent.
In Omvallen zien we twee bijna identieke meisjes die in een verkrampte symbiose leven. Ze hebben allebei een poppenmasker voor, waardoor hun gezichten er wezenloos uitzien. Ze spreken geen woord en communiceren ook verder nauwelijks. Beiden zijn in dezelfde zwartwitgestreepte jurkjes gekleed. Ze lopen met geknikte knieën en gebogen nek. Ritmisch klikken hun hoge hakken op de houten vloer van het gebloemde miniatuurhuisje. Eindeloos zijn ze in de weer om de thee op tafel te krijgen. Kopje wordt opgebracht, kopje wordt weer afgevoerd. Nog een kopje, theepot erbij, weg kopje, plotseling een gieter. Zo gaat het heel lang door en net als je als toeschouwer in een trance wegzakt wordt er onverwachts op de deur geklopt. Paniek! De orde is in gevaar. Het lijkt daarna slecht af te lopen, maar gelukkig is er niets onherstelbaars gebeurd en dan is er zelfs een moment van tederheid.Van Rijn laat ijzersterk zien hoe vreselijk mensen opgesloten kunnen zitten in hun kleine bedompte leventje. Ze doet dat met een beeldend vermogen dat een lange indruk op je netvlies achterlaat en bovendien zit er humor in haar choreografie. De twee speelsters voeren haar wensen bewonderenswaardig uit, consequent tot in de details. Het wil maar niet gezellig worden bij deze teaparty, maar ja, daar is toneel ook niet voor bedoeld.
- Guido Lauwaert / Schone schijn – De Tijd
12-11-2005
Met een gezicht zonder enig spoor van emotie herhalen Lotte Dunselman en Anna Schoen als huisvrouwen de rituelen van de dag. Ze dragen een masker, en dat is logisch, want wie doet dat niet? De koele maskerade van het gezinsleven wordt daardoor versterkt. Zelfs als er iemand in huis omvalt, verandert dat niets aan de emotie van het moment. Er wordt bovendien geen woord, geen zin gezegd. De voorstelling ‘Omvallen’ heeft iets van een stripverhaal met blanco tekstballonnen. Elke toeschouwer moet die zelf invullen. Een bevel van regisseur Sanne van Rijn, die de toeschouwer als een deel van het geheel beschouwt.De opeenvolging van stil-levens is een waarschuwing voor het gevaar dat mensen marionetten worden, als ze de dagelijkse gewoontes gaan cultiveren tot ‘Schone Schijn’. Die schone schijn wordt benadrukt door een smetteloos bloemetjesbehang, een keukentafel en twee stoelen uit een meubelpaleis en een identieke kledij.
Kapsel
Ze zijn verschillend, de huisvrouwen, aan hun kapsel te zien, en toch gelijk, want elke beweging is voorgeprogrammeerd en geplukt uit de damesbladen. Door de reportages die druipen van betweterij, aangevuld met foto’s waaraan geen vlekje kleeft, wordt elke menselijke verbeelding verbannen. Leef zoals wij het u zeggen en tonen, en uw geluk is gegarandeerd. Niets is minder waar, uiteraard. Het leven is een aaneenschakeling van verrassingen en wie die bestrijdt of verbant, is gedoemd te veranderen in een robot, en zal nooit omvallen van verbazing.
Dat Sanne van Rijn voor twee huisvrouwen heeft gekozen, is niet meer dan logisch. De vrouw is de dragende kracht in het huishouden. Elke vrouw – ook die met een job buitenshuis – is tegelijk huisvrouw en vorst. En de keuken is haar troonzaal. De keukentafel als centraal gegeven in wereldberoemde kunstwerken geven de regisseur van ‘Omvallen’ gelijk in de keuze van haar slagveld. Waarop zij geen bloedbad vertoont, maar een driedimensionale stille film, met dank aan de kunstvorm Dada, de films van Jacques Tati en het bekendste huishoudartikel van het netste en dus vervelendste land ter wereld, Zwitserland. Een huishoudartikel (en het land) dat Orson Welles in de film ‘De derde man’ vernedert: de koekoeksklok.De koekoeksklok hangt prominent in beeld en roept om de minuut. De roep wordt voorspelbaar, maar blijft toch verrassen. Zoals alles in de productie. De verrassing is de krachtbron van de voorstelling. Eén schoonheidsfout. Ruim halverwege de voorstelling stapt een van de vrouwen uit het decor en bekijkt de keuken vanuit de ruimte tussen het publiek en het speelvlak. Een mislukte stijlbreuk, die de voorstelling gelukkig niet belast.
- Mirjam van der Linden / Enorme impact van een groene gieter – Volkskrant
15-02-2005
Plastic maskers (onschuldige poppengezichtjes) verbergen de gelaatsexpressie van de twee vrouwen achter een starre vorm, en maken haar onecht. Net als in “Het Zwanenmeer” (voor bejaarden) en “Vormsnoei” (voor Japanners) neemt theatermaker Sanne van Rijn in “Omvallen” opnieuw de gestileerde, onpersoonlijke buitenkant om iets te zeggen over de bewogen, individuele binnenkant.
In “Omvallen” is alles vorm. In twee identieke, wit-zwart gestreepte jurken sloffen Lotte Dunselman en Anna Schoen op pumps door de huiskamer die volledig bedekt is met grijzig bladerenbehang. Hun jonge, vrouwelijke aankleding vloekt met hun oude manier van lopen, de hele voorstelling lang met licht gebogen knieën.
Contactgestoord kun je de twee dames wel noemen. Maar hoe vervreemd ze ook van elkaar zijn, met hun gewoonten zijn ze vergroeid. Aan deze rituelen, die kennelijk zekerheid en troost bieden, houden ze krampachtig vast: binnenkomen, uit het raam kijken, de gang oplopen om koffie te halen, terugkomen, kopjes op tafel zetten, gaan zitten, et cetera en vice versa.
Er gebeurt eigenlijke niets, maar alles wordt zo nadrukkelijk gedaan -lopen is een reeks stappen zetten, een deur openen is een deurklink pakken, omlaag duwen, het lichaam naar voren hellen- dat het een drukte van belang is. Een vreemd contrast. Zoals ook het tempo tergend slepend is, terwijl intussen de tijd voorbij vliegt getuige de ratelende klok.
“Omvallen” is bijna een stilstaand plaatje, kleurloos en monotoon, waarin het tikken van de hakken en herhalende bewegingen het tergende dan wel hypnotiserende gevoel van een minimalistische choreografie oproepen. Kleine interventies zoals een roze koffiepot, een groene gieter of een gouden envelop die onverwacht arriveert, hebben enorme impact; op ons netvlies en op de vrouwen.
Grote interventies, zoals het schijnbaar dood omvallen van de partner, beroeren juist niet. Dat verandert aan het slot -en dat is de moraal van het verhaal- alle façades gebroken zijn.
De interventies maken de erg doorzichtige symboliek van Van Rijn enigszins goed. “Omvallen” zet de poriën van je bewustzijn open, dwingt je door een vergrootglas te kijken. Dat is fascinerend. Evenals de eenvoud. Maar Van Rijn balanceert dit keer op het randje van simplisme: het onderwerp -de verkrampte pogingen van mensen om niet emotioneel uit balans te raken, niet ‘om te vallen’ -is gevaarlijk star, letterlijk en langdradig uitgewerkt.

